Skip to Content
Page header overlay Page header overlay

Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Vaste activa

De samenstelling en het verloop van de vaste activa gedurende het boekjaar blijken uit de volgende overzichten.

1. Materiële activa

(bedragen x € 1.000)

Bedrijfsgebouwen en terreinen

Gas

Elektriciteit

Overige vaste bedrijfsmiddelen

Materiële vaste activa in uitvoering

Totaal

Aanschafwaarde per 1 januari 2025

7.416

147.090

471.194

19.497

7.929

653.126

Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2025

620

80.317

267.565

15.275

-

363.777

Boekwaarde per 1 januari 2025

6.796

66.773

203.629

4.222

7.929

289.349

Mutaties 2025

Investeringen

164

-

-

1.789

40.976

42.929

In gebruikname

-

6.699

26.451

-

-33.150

-

Desinvesteringen

-

-

-142

-

-

-142

Afschrijvingen

-44

-6.748

-21.042

-1.580

-

-29.414

Boekwaarde per 31 december 2025

6.916

66.724

208.896

4.431

15.755

302.722

Aanschafwaarde per 31 december 2025

7.970

151.158

490.386

21.024

15.755

686.293

Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2025

1.054

84.434

281.490

16.593

-

383.571

Boekwaarde per 31 december 2025

6.916

66.724

208.896

4.431

15.755

302.722

De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn:

Overige bedrijfsmiddelen

3-10 jaar

Bedrijfsgebouwen

10-25 jaar

Gas

3-25 jaar

Elektriciteit

3-25 jaar

Over materiële vaste activa in uitvoering en gronden wordt niet afgeschreven.

Met ingang van 2016 wordt de veronderstelling gehanteerd dat de materiële vaste activa die meer dan 5 jaar geleden geheel zijn afgeschreven, niet meer aanwezig zijn. Als gevolg van deze aanname zijn materiële vaste activa met een aanschafwaarde en cumulatieve afschrijving van € 251 miljoen (2024: € 242 miljoen) en een boekwaarde van nihil, uit de materiële vaste activa waarde geëlimineerd.

Afschrijving en bijzondere waardeverminderingen

Elektriciteit
Voor elektriciteitsassets en kabels hanteert Westland Infra een lineaire afschrijftermijn van 25 jaar. Dit is korter dan de circa 50 jaar die andere netbeheerders doorgaans hanteren. De gekozen termijn houdt rekening met de specifieke kenmerken van het verzorgingsgebied en met name de dienstverlening aan de voornaamste klantgroep: de glastuinbouwsector.

De glastuinbouwsector is zowel een grote energieafnemer als een significante energieopwekker. Hierdoor kent het elektriciteitsnet in het verzorgingsgebied van Westland Infra een relatief hoge en dynamische belasting. De sector heeft in het verleden aangetoond dat energiegebruik en investeringsgedrag snel kunnen veranderen als gevolg van marktomstandigheden, technologische ontwikkelingen en energieprijzen. Voorbeelden hiervan zijn de snelle implementatie van warmtekrachtinstallaties (WKK’s) en de aanpassingen in energiegebruik naar aanleiding van de energiecrisis in de afgelopen jaren.

Daarnaast hebben recente ontwikkelingen in het Nederlandse energiesysteem een duidelijke impact op het elektriciteitsnet in de regio. De sterke groei van duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, leidt tot een steeds dynamischer netgebruik. Tegelijkertijd zorgt netcongestie ervoor dat flexibiliteit en aanpasbaarheid van het energiesysteem steeds belangrijker worden. In de regio Westland speelt daarbij een belangrijke wisselwerking tussen elektriciteitsgebruik, lokale opwekking en gasgestookte WKK-installaties, die mede bijdragen aan flexibiliteit en congestiemanagement op het elektriciteitsnet.

Deze ontwikkelingen maken dat investeringen in het elektriciteitsnet zowel structureel als adaptief moeten zijn. Een kortere afschrijvingstermijn dan in de sector gebruikelijk geeft Westland Infra de mogelijkheid om beter in te spelen op toekomstige veranderingen in vraag, technologie en systeeminrichting. Tegelijkertijd is een verdere verkorting van de termijn niet wenselijk, omdat deze geen recht zou doen aan de langjarige investeringen die nodig zijn voor de betrouwbaarheid en capaciteit van het elektriciteitsnet.

Op basis van deze overwegingen wordt een afschrijvingstermijn van 25 jaar passend geacht.

Gas

Voor gasassets en leidingen wordt een lineaire afschrijftermijn van 25 jaar gehanteerd. De economische levensduur van deze assets kent een zekere mate van onzekerheid, met name als gevolg van ontwikkelingen in de energietransitie. Enerzijds wordt verwacht dat het gebruik van fossiel aardgas in de komende decennia zal afnemen. Grootschalige nieuwe investeringen in het gasnet worden daardoor minder frequent. Ook het verbod op nieuwe gasaansluitingen bij nieuwbouwprojecten draagt bij aan een geleidelijke afname van het aardgasgebruik.

Anderzijds zijn er meerdere ontwikkelingen die wijzen op een blijvende rol voor gasinfrastructuur binnen het toekomstige energiesysteem. Het bestaande gasnet kan mogelijk worden ingezet voor duurzame gassen, zoals waterstof of groen gas. Onderzoek van onder andere Kiwa en Netbeheer Nederland laat zien dat delen van het bestaande gasnet hiervoor technisch geschikt zijn. In de regio Westland wordt reeds circa 5 miljoen m³ groen gas per jaar ingevoed, met uitbreidingsmogelijkheden in de komende jaren.

Daarnaast speelt gasinfrastructuur een rol in de flexibiliteit van het energiesysteem. In een context waarin delen van het elektriciteitsnet tegen capaciteitsgrenzen aanlopen, worden gasgestookte warmtekrachtinstallaties (WKK’s) in de glastuinbouwsector ingezet om flexibiliteit te leveren en piekbelastingen op het elektriciteitsnet te beïnvloeden. Hierdoor vervult gasinfrastructuur in de regio niet alleen een transportfunctie voor energie, maar ook een ondersteunende rol in het functioneren van het bredere energiesysteem.

Het nieuwe methodebesluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor de reguleringsperiode 2027–2031 richt zich op de wijze waarop toegestane inkomsten en tarieven van netbeheerders worden vastgesteld. Dit besluit bevat geen voorschriften met betrekking tot de boekhoudkundige afschrijvingstermijnen van netassets.

Gelet op de verwachte inzetbaarheid van het gasnet voor duurzame gassen, de concrete regionale volumestromen en de systeemfunctie van gas in relatie tot flexibiliteit en congestiemanagement, blijft een afschrijvingstermijn van 25 jaar realistisch. Westland Infra blijft de ontwikkelingen in de energiemarkt, de energietransitie en de reguleringskaders volgen om te waarborgen dat de gehanteerde afschrijvingstermijn ook in de toekomst passend blijft.

Slimme meter

Voor de slimme meter (elektriciteit en gas) wordt een lineaire afschrijftermijn van 10 jaar gehanteerd. Hierbij is rekening gehouden met technologische ontwikkelingen. Door innovaties op het gebied van datacommunicatie en databeveiliging zal de eerste generatie meters in de toekomst worden vervangen door een nieuwere variant.

De vervanging van deze meters vindt plaats na afloop van de afschrijftermijn van 10 jaar, waardoor er geen sprake is van een versnelde afschrijving.

2. Financiële vaste activa

(bedragen x € 1.000)

Balans
1-1-2025

mutatie

nieuw
verstrekt

aflossing

dividend

resultaat

Balans
31-12-2025

Deelnemingen

20.159

-

2.500

-

-1.125

418

21.952

Overige effecten

4

-

-

-

-

-

4

Latente belasting vordering

699

-699

-

-

-

-

-

Overige vorderingen

4.647

-

108

-264

-

-

4.491

25.509

-699

2.608

-264

-1.125

418

26.447

De niet-geconsolideerde deelnemingen betreffen:

Naam

Belang

Statutaire Zetel

Trias Westland B.V.

45%

Honselersdijk

Energie Transitie Partners B.V.

50%

Poeldijk

WNW Beheer B.V.

50%

Poeldijk

WNW C.V.

50%

Poeldijk

Het bedrag nieuw verstrekt aan deelnemingen in 2025 van € 2.500.000 betreft inbreng van kapitaal in WNW C.V.

Onder de overige effecten is aandeel in EDSN B.V. (1,07%), Gopacs B.V.  (0,4%) en BAS B.V. - Normo (1,06%) opgenomen tegen verkrijgingsprijs.

De latente belastingvordering is in 2025  gemuteerd naar een latente belastingschuld, die opgenomen is onder de 6. voorzieningen en daar wordt toegelicht.

De overige vorderingen betreffen verstrekte leningen en voorschotten aan Trias Westland en Energie Transitie Partners.
De verstrekkingen in 2025 betreft voorschotten aan Energie Transitie Partners ten behoeve van ontwikkelingskosten voor warmtenetprojecten. Van de verstrekte leningen wordt een bedrag van € 290.000 (2024: € 264.000) binnen een jaar wordt afgelost.

3. Voorraden

De voorraden betreft voorraad gereed product en handelsgoederen. Per einde 2025 bedraagt de voorziening voor incourante voorraad € 1.109.000 (2024: € 1.165.000).

4. Onderhanden projecten

Het saldo onderhanden projecten van € 0,9 miljoen (2024: € 1,1 miljoen) betreft het nog te factureren bedrag aan opdrachtgevers. Samen met de kortlopende schulden opgenomen positie van per saldo vooruit gefactureerde bedragen aan opdrachtgevers van € 2,3 miljoen (2024: € 3,2 miljoen) is sprake per saldo van vooruit gefactureerde bedragen aan opdrachtgevers van € 1,4 miljoen (2024: € 2,1 miljoen).
De totaal bestede kosten van deze onderhanden projecten bedragen € 10,7 miljoen (2024: € 10,8 miljoen), de gefactureerde termijnen € 15,4 miljoen (2024: € 15,9 miljoen) en het op deze projecten verantwoorde resultaat tot en met 2025 € 3,3 miljoen (2024: € 3,0 miljoen), waarvan € 2,2 miljoen resultaat in 2025 is verantwoord (2024: € 1,7 miljoen).

5. Vorderingen

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

33.973

39.426

Debiteuren

17.175

18.846

Overige vorderingen en overlopende activa

16.798

20.580

Onder de overlopende activa is in 2025 € 0,1 miljoen (2024: € 1,0 miljoen) opgenomen inzake reconciliatie vorderingen op leveranciers van meetverlies gas en netverlies elektriciteit.
Per ultimo 2025 is een bedrag van € 7,7 miljoen (2024: € 10,9 miljoen) opgenomen als gevolg van (verwachte) nacalculaties van Autoriteit Consument en Markt (ACM), welke in 2026 wordt afgewikkeld. 
Deze (verwachte) nacalculaties van de ACM verrekend in toekomstige tarieven worden alleen op de balans opgenomen en in resultaat van boekjaar verwerkt als ze (betrouwbaar) te schatten zijn. Voor de nog niet in tarieven 2026 afgerekende nacalculaties net- en meetverlies, WACC en DCO is het niet mogelijk een betrouwbare schatting te maken en is hier in het resultaat 2025 geen rekening mee gehouden.

Door een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 4 juli 2023 heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) nieuwe methodebesluiten 2022-2026 genomen, die leidden tot hogere toegestane inkomsten en nacalculaties. ACM neemt nacalculaties mee in de jaarlijkse tarievenbesluiten en op dat moment is formeel de verrekening vastgesteld. Tegen deze besluiten kan binnen een periode van zes weken bezwaar aangetekend worden door belanghebbenden. In het tarievenbesluit 2026 heeft ACM € 6,1 miljoen – de helft van het nagecalculeerde bedrag- verwerkt bij de bepaling van de tarieven 2026. Dit bedrag heeft betrekking op inkomsten uit eerdere jaren en is daarom verwerkt in de jaarrekening 2025. Tegen dit besluit is geen bezwaar aangetekend waardoor het verwerkte bedrag onherroepelijk is geworden.  N.V. Juva verwerkt een nacalculatie alleen als er door middel van een tariefbesluit voldoende zekerheid is dat deze wordt gerealiseerd. 

Uitzondering op de beleidslijn vormt de verrekening van de inkoopkosten, van het boekjaar, met andere netbeheerders in toekomstige tarieven. De verrekening daarvan ligt vast in het Methodebesluit en wordt niet incidenteel bepaald door de ACM

6. Liquide middelen

De liquide middelen ultimo 2025 staan ter vrije beschikking.

7. Groepsvermogen

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Stand ultimo boekjaar

167.138

155.278

Stand begin boekjaar

155.278

143.028

Winst boekjaar

24.860

21.650

Rechtstreekse vermogensmutaties

-

-

Totaal resultaat

24.860

21.650

Dividend

-13.000

-9.400

Voor de samenstelling en verloop van eigen vermogen per onderdeel van eigen vermogen zie toelichting vennootschappelijk jaarrekening note 22.

8. Voorzieningen

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Voor jubileumuitkeringen

380

352

Latente belastingschuld

725

-

Stand ultimo boekjaar

1.105

352

De looptijd van de voorziening jubileumuitkeringen is overwegend langer dan 1 jaar.

De  voorziening latente belasting van € 725.000 (2024: € 699.000 belastingvordering) heeft hoofdzakelijk betrekking op de tijdelijke verschillen tussen de fiscale en de bedrijfseconomische waardering van de distributienetwerken. De fiscale waarde van de distributienetwerken is hoger dan de bedrijfseconomische waarde, doordat enerzijds de fiscale waarde meer recent is afgeleid uit de vervangingswaarde en anderzijds fiscaal langere afschrijvingstermijnen worden gehanteerd. Daar tegenover staat dat fiscaal rekening wordt gehouden met een afschrijvingsbeperking tot een restwaarde van 100% van de WOZ waarde voor onroerend goed in eigen gebruik en voor verhuurd onroerend goed. Realisatie van de tijdelijke verschillen is afhankelijk van de ontwikkelingen in het fiscale resultaat en de regelgeving de komende 50 jaar. Vanwege de onzekerheid die hiermee samenhangt, is voor het verschil, dat naar verwachting binnen een afzienbare periode gerealiseerd kan worden, een latente belastingpositie gevormd. In de berekening is rekening gehouden met een afzienbare periode van 25 jaar, op basis van de gemiddelde looptijd van afschrijvingsverschillen fiscaal en commercieel, waarbij rekening wordt gehouden met afnemende zekerheid van de positieve resultaten.
In de waardering van de vordering is een netto rentepercentage van 1,69 % (2024: 1,69 %) gehanteerd om de verschillen contant te maken. Op basis van totale verschillen tussen de fiscale en commerciële waarde van € 106,7 miljoen bedraagt de totale nominale latente belastingvordering € 27,5 miljoen, waarvan € 8,9 miljoen aan nominale latente belastingvordering is gewaardeerd tegen een contante waarde van € 0,7 miljoen belastingschuld, rekening houdend met afnemende zekerheid naar de toekomst van de positieve resultaten.
Verwacht wordt dat van het totale bedrag van de voorziening latente belasting een bedrag van circa € 0,6 miljoen binnen een jaar wordt gerealiseerd.

Het verloop van de voorzieningen gedurende 2025 is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

Jubileum-
uitkeringen

Latente belasting

Totaal

Saldo per 31 december

380

725

1.105

Saldo per 1 januari

352

-

352

Dotatie

68

725

793

Onttrekkingen

-40

-

-40

9. Langlopende leningen en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

197.549

194.319

Langlopende schulden

124.000

124.000

Overlopende passiva

2.612

1.092

Vooruit ontvangen bedragen

70.937

69.227

Langlopende schulden

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Stand begin boekjaar

124.000

111.000

Aflossingen

-

-

Opname nieuwe leningen

-

13.000

Stand ultimo boekjaar

124.000

124.000

Waarvan af te lossen in:

Binnen 1 jaar

-

-

Binnen 1 tot 5 jaar

111.000

51.000

Na 5 jaar

13.000

73.000

De gemiddelde rentevoet van de leningen bedraagt 2,28%.

Voor de financiering van € 114 miljoen  is een zekerheidsstelling afgegeven, die inhoudt dat het solvabiliteitspercentage van de geconsolideerde balans Westland Infra Netbeheer B.V. tenminste 35% bedraagt. Daarnaast dient de ICR (bedrijfsresultaat/totaal van financiële lasten) van Westland Infra Netbeheer B.V. tenminste 1,7 te bedragen. Hierbij is overeengekomen dat ratio's worden berekend op basis van waarderingsgrondslagen waarbij de eenmalige aansluitbijdrage nog gesaldeerd werd in de materiële vaste activa.
Verder dient Westland Infra Netbeheer B.V. te voldoen aan de ratio's opgenomen in besluit financieel beheer netbeheerder.

Voor de financiering van € 10 miljoen is hypotheek gevestigd op het kantoorpand van N.V. Juva met een hoofdsom van € 10 miljoen, te vermeerderen met 40% aan rente en kosten. Daarnaast is een zekerheidsstelling afgegeven die inhoudt dat het solvabiliteitspercentage van de geconsolideerde balans van N.V. Juva tenminste 35% bedraagt. Ook hier is overeengekomen dat ratio's worden berekend op basis van waarderingsgrondslagen waarbij de eenmalige aansluitbijdrage nog gesaldeerd werd in de materiële vaste activa.

Verder beschikken we naast de leningen en financieringsfaciliteiten over een rekening-courant-faciliteit van € 25 miljoen, waarvan de rente variabel is.

Overlopende passiva

Dit betreft de ontvangen overheidssubsidies die verrekend  zijn met de vennootschapsbelasting.
De verrekende investeringsaftrek heeft betrekking op investeringen in een warmtenet en wordt conform de gebruiksduur van het betreffende warmtenet in mindering gebracht op de vennootschapsbelastinglast. 
Hiermee is gestart bij het in productie nemen van het warmtenet.

Het verloop van deze overlopende passiva gedurende 2025 is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Stand einde boekjaar

2.612

1.092

Stand begin boekjaar

1.092

884

Toevoeging in boekjaar

1.624

208

Realisatie in boekjaar

-104

-

Vooruit ontvangen bedragen

Dit betreft de vooruit ontvangen bijdragen van derden bij de investeringen in de aanleg van infrastructuur en aansluitingen.
De realisatie/amortisatie termijnen zijn gelijk aan de afschrijvingstermijnen van de betrokken activa.

Het verloop van de post gedurende het boekjaar is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Stand begin boekjaar

69.227

68.124

Toevoeging in boekjaar

7.136

6.403

Amortisatie in boekjaar

-5.426

-5.300

Stand einde boekjaar

70.937

69.227

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

32.637

34.407

Schulden aan leveranciers

10.206

7.808

Belastingen en premies sociale verzekering

7.919

8.408

Pensioenpremies

357

317

Overige schulden

5.590

7.937

Overlopende passiva

8.565

9.937

Onder belastingen en premies sociale verzekering is € 1,4 miljoen (2024: € 2,5 miljoen) opgenomen inzake verschuldigde vennootschapsbelasting.

Onder de overige schulden is een bedrag van € 2,3 miljoen (2024: € 3,2 miljoen) opgenomen, inzake vooruit gefactureerde onderhanden projecten. Voor een nadere toelichting zie 5. Onderhanden projecten.

Onder de overlopende passiva is een bedrag van € 5,1 miljoen (2024: € 5,8 miljoen) opgenomen als gevolg van (verwachte) nacalculaties van Autoriteit Consument en Markt, waarvan in 2027 € 5,1 miljoen (2026: € 5,8 miljoen) wordt afgewikkeld.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa

Operationele leaseverplichtingen

Het wagenpark is op basis van operationele leasing in gebruik bij de vennootschap. In het resultaat 2025 is in de overige bedrijfskosten een last uit hoofde van operationele leasekosten van € 1.348.000 opgenomen (2024: € 1.197.000). De verplichtingen onder deze overeenkomsten vervallen als volgt:

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Binnen 1 jaar

798

816

Binnen 1 tot 5 jaar

1.514

1.544

Na 5 jaar

-

-

Totaal

2.312

2.360

Gestelde zekerheden

Een garantstelling van € 101.000 bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten van EDSN.
Daarnaast een af te roepen borgstelling van € 566.000 door de 3 grote regionale netbeheerders inzake de financiering van EDSN, een af te roepen borgstelling van € 45.000 door de landelijke netbeheerders inzake de financiering van BAS en een (sponsor)garantie van € 1.000.000 inzake 50% nog niet gestorte € 2.000.000 GRA banktegoed  bij een kredietinstelling door WNW C.V. inzake 2 lopende warmtenetprojecten.

Voorwaardelijke activa

Per ultimo 2025 zijn er geen openstaande materiële schadeclaims op leveranciers.

Investeringsverplichtingen

Voor de inkoop van kabels, meters en installaties zijn verplichtingen aangegaan van in totaal € 3,9 miljoen (2024: € 4,2 miljoen)

Inkoopverplichting meetverlies gas en netverlies elektriciteit

Voor het verwachte meetverlies gas is voor 2026 4,8 miljoen m3 de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde van € 1,7 miljoen, voor 2027 4,8 miljoen m3 tegen inkoopwaarde van € 1,5 miljoen en voor 2028 4,8 miljoen m3 tegen € 1,3 miljoen.
Voor het verwachte netverlies elektriciteit is voor 2026 45 GWh de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde  van € 4,5 miljoen, voor 2027 45 GWh de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde  van € 4,2 miljoen, en voor 2028 45 GWh de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde van € 3,9 miljoen.

Verwijderingen gasaansluitingen

Op basis van de Gaswet dient Westland Infra Netbeheer, dochtermaatschappij van Juva een aansluiting te verwijderen op voorwaarde dat een klant hierom verzoekt. Juva heeft geen voorziening gevormd voor toekomstige verwijderingen waarvoor nog geen aanvraag is ingediend, aangezien sprake is van een voorwaardelijke verplichting. Deze voorwaardelijke verplichting kan in toekomstige perioden mogelijk tot een significante uitstroom van middelen leiden, onder andere afhankelijk van (de snelheid van) de energietransitie en ontwerpkeuzes voor het nieuwe energiesysteem. De reguleringsmethode bepaalt op welke wijze de vergoeding voor deze uitstroom wordt geregeld.

Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam zijn bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

De primaire financiële instrumenten van de groep, anders dan derivaten, dienen ter financiering van de operationele activiteiten van de groep of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Tevens gaat de groep transacties aan in derivaten, met name renteswaps, om het renterisico af te dekken dat ontstaat uit de operationele en financieringsactiviteiten van de groep. Het beleid van de groep is om niet te handelen in financiële instrumenten.

De belangrijkste risico’s, uit hoofde van de financiële instrumenten van de groep, zijn het kredietrisico, het liquiditeitsrisico, het kasstroomrisico en het prijsrisico bestaande uit het valuta-, rente- en marktrisico.

Het beleid van de groep om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:

Kredietrisico

Het beleid van de groep is erop gericht om aan klanten geen andere kredieten te verstrekken dan normale leverancierskredieten. Maatregelen die worden toegepast om het debiteurenrisico te beperken, zijn actieve incasso en de inzet van incassobureaus. Met klanten, die verzoeken om een nieuwe aansluiting of opdracht geven voor de uitvoering van een commercieel project, worden betalingsschema’s overeengekomen waarbij de klant een deel van het project voorfinanciert. Verder zijn er geen belangrijke concentraties van kredietrisico binnen de groep.

Liquiditeitsrisico

Juva loopt het risico dat er onvoldoende liquiditeiten aanwezig zijn om aan acute verplichtingen te voldoen.

De groep heeft hiervoor, buiten de afgesloten leningen, een krediet- en financieringsfaciliteit tot € 25,0 miljoen, waarvan per ultimo 2025 € nihil miljoen is opgenomen.

Valutarisico

De financiële resultaten en kasstromen van de groep worden geheel gerealiseerd in de eurozone, waardoor deze niet onderhevig zijn aan het risico van fluctuaties wisselkoersen.

Renterisico

De langlopende leningen van de groep hebben grotendeels vaste rentepercentages, waardoor de groep de rentekosten van langere tijd vastlegt, maar wel het risico loopt meer of minder rentekosten te betalen dan de marktrente. Het renterisicobeleid van de groep is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten voor fluctuaties in de marktrente. Hiertoe dekt de groep dit risico af door leningen tegen vaste rente af te sluiten, dan wel interest rate swap contracten af te sluiten, waarbij de groep de variabele rente ruilt voor een vaste rente bij leningen met een variabele rente.

Marktrisico

Het marktrisico voor de groep is ten aanzien van het grootste gedeelte van de opbrengsten gering. De overheid reguleert via de Autoriteit Consument en Markt de transporttarieven en daarmee het grootste gedeelte van de inkomsten van de groep.
Wel wordt een risico gelopen ten aanzien van de hoeveelheid meet- en netverliezen die afwijken van inschatting vooraf, welke worden verrekend tegen reconciliatieprijzen.

Reële waarde

De reële waarden van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep luiden als volgt:

(bedragen x € 1.000)

Boekwaarde

Reële waarde

2025

2024

2025

2024

Financiële activa:

Financiële vaste activa

26.447

25.509

26.447

25.509

Vorderingen

33.973

39.426

33.973

39.426

Liquide middelen

24.983

19.753

24.983

19.753

Financiële passiva:

Langlopende schulden en overlopende passiva

-197.549

-194.319

-192.497

-190.363

Kortlopende schulden

-32.637

-34.407

-32.637

-34.407

De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.

Financiële vaste activa

De marktwaarde van de overige vorderingen onder de financiële vaste activa is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente. De marktwaarde van de effecten onder de financiële vaste activa is gebaseerd op de zichtbare intrinsieke netto vermogenswaarde.

Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden

De waarde in het economisch verkeer van de posten in liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden is geschat op de boekwaarde, gezien de korte looptijd van deze instrumenten.

Langlopende schulden en overlopende passiva

De marktwaarde van de langlopende leningen is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente.  De waarde van overlopende passiva en vooruit ontvangen bedragen is geschat op de boekwaarde.

Renterisico

De contractuele renteherzieningsdata of aflossingsdata, indien laatstgenoemde eerder liggen, en de effectieve rentevoeten van de zowel in de balans als niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep waarover renterisico wordt gelopen, luiden als volgt:

(bedragen x € 1.000)

2025

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Gewogen gemiddelde effectieve rente

Vaste rentevoet

%

Financiële activa:

Langlopende leningen

290

1.480

2.721

4.491

8,77%

290

1.480

2.721

4.491

Financiële passiva:

Kredietinstellingen

-

111.000

13.000

124.000

2,28%

(inclusief renteswaps)

Kredietinstellingen rekening courant

-

-

-

-

-

111.000

13.000

124.000

Variabele rentevoet

Financiële activa:

Bank

24.983

-

-

24.983

1,63%

(bedragen x € 1.000)

2024

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Gewogen gemiddelde effectieve rente

Vaste rentevoet

%

Financiële activa:

Langlopende leningen

264

1.346

3.037

4.647

9,04%

264

1.346

3.037

4.647

Financiële passiva:

Kredietinstellingen

-

51.000

73.000

124.000

2,28%

(inclusief renteswaps)

Kredietinstellingen rekening courant

-

-

-

-

-

51.000

73.000

124.000

Variabele rentevoet

Financiële activa:

Bank

19.753

-

-

19.753

2,47%

De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder vaste rentevoet is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De andere financiële instrumenten van de groep zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

Deel dit artikel